Cholesterol, het is een echte hype. Media en reclame slaan je rond de oren met eenzijdige berichten over deze stof en het is ook een gespreksonderwerp dat vaak naar boven komt als je wel eens met andere mensen luncht. Meestal gaat het er dan over dat de cholesterol te hoog is. Over een te lage cholesterol heb ik nog nooit iemand horen klagen.

Nochtans is cholesterol een levensnoodzakelijke stof en is de kwalijke reputatie die het heeft niet helemaal terecht. Zonder cholesterol ga je dood. Punt. Niemand kan zonder. En ook te weinig cholesterol is niet zo geweldig voor je lichaam. Belangrijke lichaamsfuncties zijn er namelijk van afhankelijk. Cholesterol is bijvoorbeeld nodig om je lichaam te voorzien van goed werkende zenuwcellen: de myelineschede rond de zenuwvezels bestaat voor 15 tot 40% uit cholesterol. Ook de productie van hormonen en galzuren is afhankelijk van cholesterol en vitamine D – waaraan zoveel mensen tegenwoordig een tekort hebben – kan enkel aangemaakt worden als er cholesterol voorhanden is. Baby’s, kinderen, zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven, hebben er zelfs veel van nodig. En moedermelk zit er vol van.

Meer dan 50% van de mensen die een hartaanval krijgen, hebben een normaal cholesterolgehalte. Als je bedenkt dat het verband met hart- en vaatziekten de reden is waarom cholesterol zo verdoemd wordt, waarom blijft het dan toch die kwalijke reputatie hebben? En is het waar dat cholesterol zich zomaar zonder boe of ba in je vaatwanden ophoopt als je er teveel van hebt? Dat zijn vragen die we eens van nader bij moeten bekijken.

Het merendeel van de cholesterol in je lichaam – zo’n vier vijfde ervan – wordt in je lever aangemaakt. Krampachtig eitjes, kaas, schaaldieren, … vermijden omdat je schrik hebt dat je cholesterol er te hoog van zou worden, is dus niet bijzonder effectief.

Ten eerste is het heel belangrijk om te weten dat cholesterol niet alleen via wat je eet in je lichaam terecht komt. Integendeel: het merendeel van de cholesterol in je lichaam – zo’n vier vijfde ervan – wordt in je lever aangemaakt. Krampachtig eitjes, kaas, schaaldieren, … vermijden omdat je schrik hebt dat je cholesterol er te hoog van zou worden, is dus niet bijzonder effectief. Het is eerder zaak om te focussen op de zaken die je lever prikkelen om cholesterol aan te maken. En nee, hij wordt daartoe niet geprikkeld door verzadigd vet , maar wel door onder andere alcohol, geraffineerde suikers en meelproducten als wit brood, pistolets, sandwiches en ander verfijnd bakkersgoed.

Over ‘slechte’ en ‘goeie’ cholesterol

Cholesterol kan je een beetje vergelijken met de brandweer. Breekt er ergens brand uit, dan is de brandweer ietsjes later aanwezig om de brand te blussen. Hetzelfde geldt voor cholesterol. Alleen is de brand in dat geval een ontstoken, beschadigde vaatwand en cholesterol is de brandweer die probeert om de schade te beperken door ‘het gat te dichten’.

Verder wordt er meestal een onderscheid gemaakt tussen de zogenaamd ‘goede’ cholesterol (HDL) – die naar de lever wordt gebracht – en ‘slechte’ cholesterol (LDL) – die naar de cellen wordt gebracht. Lees: de LDL wordt getransporteerd naar plaatsen waar hij nodig is. Maar een teveel aan LDL – zo wordt althans vaak beweerd – kan zich in de bloedvaten ophopen. Die mogelijkheid bestaat, maar om in een vaatwand de gunstige omgeving te scheppen om cholesterol te laten ‘kleven’, moet er wel aan een aantal belangrijke voorwaarden voldaan worden.

LDL cholesterol is namelijk op zich niet slecht. Het is pas als deze cholesterol geoxideerd raakt, dat hij kleverig wordt en zich aan de vaatwand zou kunnen hechten. Nu oxideert LDL niet zomaar. Of de LDL oxideert, heeft te maken met je levensstijl: een gebrek aan antioxidanten en een onevenwicht tussen omega 6 en omega 3 vetzuren in je bloed spelen daarbij een rol. Heb je gezonde vaatwanden, dan verminder je de kans op aanklevend cholesterol aanzienlijk. Cholesterol kan je namelijk een beetje vergelijken met de brandweer. Breekt er ergens brand uit, dan is de brandweer ietsjes later aanwezig om de brand te blussen. Hetzelfde geldt voor cholesterol. Alleen is de brand in dat geval een ontstoken, beschadigde vaatwand en cholesterol is de brandweer die probeert om de schade te beperken door ‘het gat te dichten’.

Of je vaatwanden al dan niet gezond zijn, wordt grotendeels bepaald door je levensstijl. De belangrijkste factor die bijdraagt aan ontstekingsprocessen in de vaatwand, is volgens veel deskundigen de overmaat aan transvetzuren, geoxideerde vetzuren en geraffineerde oliën die we binnen krijgen. In klare taal wil dat zeggen dat we ons lichaam veel te vaak belasten met slechte vetten. En die slechte vetten zijn niet de verzadigde vetten, zoals we ten onrechte vaak denken. Maar welk soort vet is het dan wel? Ik maak hier even een lijstje:

1. Geraffineerde fabrieksoliën

Alle goudgeel kleurige oliën uit de supermarkt in plastic flessen, zoals zonnebloemolie, arachideolie en frituurolie. Kijk ook eens naar de ingrediëntenlijst van een product als choco. ‘Plantaardige olie’ is – hoewel de term goed en gezond klinkt – helaas in de meeste gevallen geraffineerde sojaolie, koolzaadolie of arachideolie. En ja, ook chips valt onder deze categorie. Ik zag onlangs op een pakje chips staan dat het ‘bereid was in zonnebloemolie’. Als je niet op de hoogte bent van het feit dat je zonnebloemolie niet mag verhitten (omdat ze dan van chemische structuur verandert en transvet wordt), zou je bijna denken dat het gezonde chips is. Dat is de kracht van goeie marketing. Laat jezelf dus niet misleiden en wees je ervan bewust dat dit ‘voedingsmiddelen’ zijn die je vaatwanden allesbehalve in de watten leggen.

2. Vette voedingswaren die op te hoge temperatuur bereid zijn

Bijvoorbeeld vlees dat verbrand is of te lang op de barbecue heeft gelegen. Of olijfolie die je in een pan doet, waarna je de pan vergeet en wanneer je terug komt, is de olie aan het roken. Als ze het konden, zouden je vaatwanden daar heel snel van weglopen.

3. Alle geharde, plantaardige vetten, zoals margarines.

Denk er ook aan dat zo goed als alle fabriekskoekjes, -taartjes, -cakejes en bakkersproducten bereid zijn met margarine. ‘Neeeeeeeeeeee’, schreeuwen je vaatwanden.

 

 

 

 

 

Je cholesterolcijfer kost wat kost zo laag mogelijk willen houden (eventueel met cholesterolverlagende medicijnen) terwijl je verder geen aandacht besteed aan andere – en grotere – risicofactoren voor hart- en vaatziekten houdt geen steek. Het totaalgehalte aan cholesterol op zich vertelt niet veel over je gezondheid. Je moet het altijd bekijken in relatie tot andere factoren. Heb je een gezonde levensstijl? Rook je? Of heb je overgewicht en een hoge bloeddruk? Leid je een zittend leven? Heb je diabetes? Heb je veel stress? … Al deze factoren bepalen mee je risico op hart- en vaatziekte.

Heb je een hoog totaalcholesterolcijfer? Maak je dan niet direct ongerust en kijk naar al de voorgaande zaken. Vraag verder ook aan je dokter hoe het zit met je cholesterolratio – die een veel betere voorspeller van hart- en vaatziekten is dan je totaalcholesterol alleen – ontstekingswaarden in je bloed (CRP gehalte), je triglyceriden, je bloedsuiker, lipoproteïne a, homocysteïne en geoxideerd cholesterol. Al deze cijfers samen vormen een veel juister beeld op je werkelijke risico dan cholesterol alleen.


 

Deel deze pagina:

Deze post heeft 6 reacties

  1. Top artikel alweer, honnie ;)!
    En geweldig didactisch beeld, van die vaatwanden die schreeuwen of zouden willen weglopen van een rokende pan met olijfolie of chips in zonnebloemolie gebakken, of (koffie)koeken met transvettige margarine erin…Dit beeld neem ik mee :)!
    Een louter wetenschappelijke uitleg zou een mens nog weg kunnen redeneren, maar een beeld van aderen die beginnen flippen, dat blijft bij. Als we dat beeld voorhouden, krijgen we heus geen zwartgebakerde worst door onze strot 😉 ;)! xxx

  2. Bedankt om dit artikel te delen

  3. Dag Kruiden elf, wat een goede raad dat wij krijgen . dat is iets om niet in de wind te laten verloren gaan,.
    Groetjes Rita

  4. Dat was weer een hele boterham Antje maar men neemt altijd wel iets mee bedankt.

  5. Beste, je schrijft dat verschillende oliën niet goed zijn zoals arachideolie, frituurolie, zonnebloemolie, in verband met transvetzuren enz. wat we zeer goed vinden ons dit te laten weten, maar spijtig dat je niet schrijft welke oliën we wel best gebruiken. Ik merk toch dat vele mensen in de supermarkten zich hardop afvragen welke ze dan wel mogen gebruiken, en welke wel of niet verhit mogen worden. Een prangende vraag dringt zich op om ergens eens een lijstje te kunnen bemachtigen welke oliën en vetten transvetzuren bevatten en/of ze verhit mogen worden. zoals bv. de lijnzaadolie prima is voor de omega 3 maar mag zeker niet verhit worden. Kun je ons iets aanbevelen om een algemene richtlijn te hebben ook al is die niet uitgebreid.
    Alvast bedankt, Walter

    1. Dag Walter, het is eigenlijk heel simpel:

      Om te frituren: kokosolie of reuzel
      Om in te bakken: echte boter of olijfolie
      Voor koud gebruik: olijfolie en in mindere mate hazelnoot – en pompoenpitolie.

      Ik gebruik persoonlijk zo goed als altijd olijfolie, boter en in mindere mate kokosolie in de keuken. Alle geraffineerde oliën in plastic flessen komen er niet in.
      In mijn boek heb ik een heel hoofdstuk geschreven dat gaat over de vetten, over cholesterol, etc…
      Hopelijk heb je hier iets aan.

Geef een reactie

Sluit Menu